Bent u 18 jaar of ouder?

Omstreeks 1215 stichtte de orde uit Cîteaux in het stroomgebied van de Grote Gete, en meer bepaald in Jauchelette, zuidwaarts van Jodoigne, een abdij voor slotzusters. Daarmee sloten de cisterciënzers zich aan bij een praktijk die in de XIIde en XIIIde eeuw in onze streken opgang maakte. De nederzetting kreeg de naam La Ramée (Rameia). De cisterciënzers hielden zich vijfhonderd jaar lang in deze streek op en drukten hun stempel op het plaatselijke spirituele leven, de landbouw en de architectuur.

Ook nadat de kloosterordes in 1796 door het Franse bestuur werden afgeschaft, leeft hun toenmalige aanwezigheid vandaag nog door : getuigen daarvan de gebouwen die de geschiedenis trotseerden. De meeste gebouwen hadden een overwegend agrarische functie en dateren uit de XVIIIde eeuw, de periode waarin de abdij werd heropgebouwd.

Op spiritueel vlak beleefde La Ramée de gouden periode van de cisterciënzer mystiek die in de XIIIde eeuw in Brabant hoogtij vierde. De necrologie van de orde telt niet minder dan zes zaligverklaarden : Agnès, Anastasie, Marguérite, Ida van Léan, Ida van Nijvel en Sapience. De slotzusters of kloosterlingen die hoofdzakelijk uit de Brabantse of Luikse burgerij afkomstig waren, hadden hun monachale gelofte afgelegd en brachten hun leven in het klooster door met officies en allerhande kleine karweien. Documenten uit de XIIIde eeuw hebben het over een scriptorium verbonden aan La Ramée dat omwille van zijn kalligrafie en miniatuurschilderkunst hoog in aanzien stond. De gemeenschap die door een abdis werd geleid, telde ook een aantal lekenzusters die zich veeleer aan de materiële taken wijdden.

Vanuit seculier oogpunt maakte de jonge abdij deel uit van een domein met gronden, bossen en tienden in tal van omliggende dorpen (Perwez, Bomal, Opprebais, Glimes, Ramillies, Thorembisoul, Corbais, Noduwez, Rosières, Spy, Taviers, enz.) en bezat zij het patronaat op een aantal parochies (Orsmaal, Herbais, Marilles, en Piétrain). De precieze omvang van de bezittingen van de abdij is moeilijk in cijfervorm uit te drukken, maar de rijkdom volstond om te voorzien in het dagelijkse onderhoud van een kleine gemeenschap die wellicht niet meer dan een vijftigtal leden telde.

Tijdens de XVIde en XVIIde eeuw die gekenmerkt werden door een aaneenschakeling van godsdienst- en politieke oorlogen, was La Ramée, net als alle andere abdijen overigens, een gemakkelijk doelwit. Tot tweemaal toe werden de slotzusters uit La Ramée verdreven en zochten zij, in afwachting van betere tijden, hun toevlucht in hun schuilplaats in Namen (1577 tot 1591, 1632 tot 1676). Daarbij werd het domein telkens vernield en diende het weer te worden gereorganiseerd. Tijdens de slag van Ramillies in 1706 - een van de overwinningen van de hertog van Marlborough op het leger van Lodewijk XIV - deed La Ramée dienst als militair hospitaal.

Tijdens de XVIIIde eeuw, onder Oostenrijks heerschappij, beleefde de abdij een tweede en ultieme periode van spirituele en wereldlijke voorspoed. De abdissen brachten hun onderwijsactiviteiten tot bloei. De klaslokalen telden tot 80 kinderen uit de omgeving. Ook de oude gebouwen rond de abdij die we vandaag nog kunnen bewonderen, dateren uit deze periode.

De Grote Gete is een van de waterlopen die het rijke Haspengouwse plateau bevloeit. Het regelmatige debiet en een hoogteverschil dat voldoende groot is om de molens aan te drijven, maar ook de aanwezigheid van bronnen waaruit helder water opborrelt, lagen ongetwijfeld aan de basis van de terechte keuze om de abdij in deze buurt te vestigen. De vette vruchtbare gronden en de beboste vlakten die zich over een merkelijk groter gebied uitstrekten dan tegenwoordig, boden de slotzusters voldoende waarborgen opdat de geschonken gronden in hun behoeften zouden kunnen voorzien.

Ondanks de verdwijning van de oude kloostergebouwen, blijft La Ramée één van de meest betekenisvolle getuigen van de aanwezigheid van cisterciënzers in Waals- Brabant: een kleine abdij voor slotzusters en tegelijkertijd een belangrijk landbouwbedrijf gevestigd op een zorgvuldig uitgekozen site. Dit architecturale complex uit de XVIIIde eeuw vormt omwille van zijn traditioneel Brabantse, homogene en monumentale stijl ontegensprekelijk een parel uit het patrimonium van Jodoigne.

Voor verdere informatie kan u de volledige tekst lezen van door Thomas Coomans, Assistent aan de Katholieke Universitait Leuven.